Ckv-lokaal.jouwweb.nl
Home » theater

theater

wachten-op-godot1.jpg

TONEEL

vorm:

1:In welke ruimte vond de voorstelling plaats? (Lijsttoneeltheater, vlakke vloertheater

of op een andere locatie?)

 2.Welk effect heeft de ruimte op de voorstelling?

 3.Beschrijf het toneelbeeld. Denk daarbij aan decor, licht, kostuums / grime, attributen,

spel / dans en film / video.

 

4.Wordt er gebruikgemaakt van muziek, zang of geluidseffecten? Noem deze middelen.

 5:.Wat voor rol spelen muziek, zang of geluidseffecten? Is de muziek een

overgangsmoment of zijn de zangers de vertellers van het verhaal?

 

 II Inhoud

 

 6. Geef in enkele regels een samenvatting van de voorstelling.

 

7. Om welk(e) conflict(en) gaat het in de voorstelling?

 

8. Wie zijn de belangrijkste personages? Geef een korte karaktrbeschrijving. Doorwelke uitingen herken je de karaktereigenschappen?

 

9. Beschrijf de onderlinge relaties tussen de belangrijkste personages.

 

10. Met wie heb je het meest meegeleefd? Waardoor komt dat?

 

III Functie

 

11. Wat is het doel van de voorstelling

De voorstelling is vooral bedoeld om het publiek te amuseren.ıDe voorstelling wil een mening of boodschap overbrengen, namelijk……

12. Welke theatrale middelen heeft de regisseur gebruikt om de aandacht van het publiekvast te houden? Denk daarbij aan spel, mise-en-scène, decor / rekwisieten, kostuums /grime, belichting, muziek, attributen, geluidseffecten en/of filmbeelden

 

 

KIJKWIJZER THEATER

 

1.- Wat zie je? Hoe begint het toneelstuk?

 

¨      doek gaat op

¨      geen doek, spelers komen op

¨      geen doek, spelers staan al op het toneel

 

Het doek (meestal zware dieprode veloursgordijnen) gaat op en het spel kan beginnen. Het doek zorgt voor een duidelijk onderscheid tussen het moment voor de voorstelling en het begin ervan, het maakt de scheiding tussen publiek en toneel groot. Het doek is een onderdeel van het traditionele 'lijsttoneel' Achter die lijst is een wereld die weinig met de onze te maken heeft. Moderne theatermakers kiezen vaak voor een minder groot

onderscheid tussen toneel en publiek.

 

2.- Wat zie je. hoe karakteriseer je decor, kostuums en rekwisieten" .

 

¨      realistisch of museaal: indien strijdig met oorspronkelijke tijdsbeeld, waarom?

¨      Deels realistisch, deels vrije interpretatie; omschrijf interpretatie.

¨      Vrije interpretatie, abstarct, beschrijf kenmerken.

¨       

In een realistisch decor staan echte meubelstukken, bij voorkeur op een logische plek, alsof het een echte kamer is. Wanneer een klassiek stuk, bijvoorbeeld van Shakespeare, wordt gespeeld in een realistisch hedendaags decor met hedendaagse kostuums, beïnvloedt dat onze interpretatie. De vormgeving van een minder herkenbaar decor (abstract) zegt vaak veel over de manier waarop de regisseur wil dat je naar het stuk kijkt.

 

3.- Wat zie je: welke rol speelt de belichting" .

 

¨      speelt belangrijke rol

¨      ondersteund stemming op het toneel;hoe?

¨      Sobere en neutrale rol.

 

De ene regisseur eist van de belichting dat ze niet afleidt van de rest van het toneel. Andere regisseurs gebruiken licht als een zelfstandig theatraal middel. In dat geval is het interessant erop te letten wat die belichting toevoegt aan de betekenis van het toneelspel.

 

4.- Wat zie je. waar wordt gespeeld?

 

¨      op podium

¨      op bijzondere lokatie, beschrijf rol lokatie in de voorstelling

¨      gelijkvloers (vlakke vloer theater) beschrijf ook de plaats van het publiek

 

Een podium hoort bij lijsttoneel (zie vraag 1). Wanneer er gelijkvloers wordt gespeeld. is er voor het publiek een soort tribune gemaakt: de scheiding tussen spel en publiek is dan veel kleiner

5.- Werkwijze. welke speelstijl overheerst"

 

¨      (melo)dramatisch. Noem voorbeelden,waaraan je dat ziet

¨      naturalistisch

¨      karikaturaal, typetjes, noem voorbeelden, waaraan je dat ziet

 

Dramatisch spel, met veel grote gebaren en flinke stemwisselingen, wordt vaak gezien als ouderwets. Beïnvloed door film en mogelijk gemaakt door moderne geluidstechniek wordt tegenwoordig vaak de voorkeur gegeven aan een meer natuurlijk spel. Blijspelen lenen zich goed voor karikaturaal spel, het neerzetten van een typetje.

 

6.- Werkwijze. richten de spelers zich rechtstreeks tot publiek?

 

¨      nooit

¨      een enkele keer (welke personages en met welk effect?)

¨      vaak, met welk effect?

¨       

Een speler die zich rechtstreeks tot het publiek richt, doorbreekt de illusie dat wat zich op het toneel afspeelt echt is, hij stap uit zijn rol. Vooral in blijspelen wordt dit vaak gedaan. Een cabaretier richt zich altijd tot het publiek: Freek de Jonge had dan ook grote moeite het publiek te negeren in zijn eerste serieuze toneelrol.

 

7.- Inhoud. hoe heeft de regisseur bestaande tekst verwerkt"

 

¨      getrouwe navolging, of speciaal geschreven voor de voorstelling

¨      hier en daar aangepaste versie. Waarom?

¨      Vrije interpretatie tekst Zijn er meer inspiratie/tekst bronnen?

 

Om allerlei praktische reden kan een toneeltekst worden aangepast, bijvoorbeeld omdat het toneelstuk anders te lang zou duren. Het kan ook zijn dat de regisseur de tekst helemaal verandert en naar zijn hand zet en een eigen betekenis laat spelen. In dat geval zijn er vaak andere zaken aan te wijzen, buiten de oorspronkelijke tekst, die in het maken van het stuk ook een rol spelen.

 

8.- Inhoud: tot welk genre reken Je de voorstelllng?

 

¨      komedie, blijspel

¨      niet klassiek genre, typeer soort toneel

¨      tragedie

¨       

Het klassieke Griekse toneel kende al het onderscheid tussen tragedie en komedie. Een komedie is om te lachen, met typetjes, zonder veel diepgang, een voor de hand liggende moraal en vaak een happy end. In een tragedie zit psychologische diepgang en is de afloop vaak dramatisch te noemen..

 

9.- Betekenis: wat is de betekenis van de voorstelling? .

 

¨      voorstelling bedoeld als vermaak (amusement)

¨      maatschappelijk of politiek onderwerp staat centraal

¨      (abstract) theatraal spektakel  staat centraal

¨      voorstelling bedoeld als provocatie, daagt publiek uit

¨      autibiografische betekenis maker(s) staat centraal

¨      voorstelling roept op tot eigen interpretatie

¨      voorstelling draagt morele boodschap uit (je leert er van)

¨      algemeen menselijke karakters en relaties staan centraal

¨      voorstelling roept emotie op. Welke?

 

De meeste categorieën spreken voor zich. Ook al is de bedoeling van de makers niet helemaal duidelijk, kan de voorstelling toch stof tot nadenken (tot eigen interpretatie) geven. Ook in de theaterwereld bestaat er zoiets als abstract theater, waar het verhaal met begin en einde maar bijzaak is, maar waar wel veel te beleven valt. In dat geval naderen theater en beeldende kunst elkaar, ook de grens tussen een dansvoorstelling en een

toneelvoorstelling vervaagt soms.

De overige categorieën spreken voor zich.